PAKISTAANSE WINTER RACE:WAT IS GEDAAN EN WAT GAAT GEBEUREN
27 januari 2006, New York - Tientallen organisaties en duizenden mensen in Pakistan zijn nu al ruim 100 dagen dag en nacht in de weer. Het doel is alle slachtoffers van de aardbeving te voorzien van basisbehoeften om de winter door te komen. De winter die in het getroffen gebied bekend staat om z'n extreem lage temperaturen. Van snow boots tot dekens en van kachels tot tenten, alles dient verspreid te zijn vóór 10 februari. Deze operatie, Winter Race, doet z'n naam eer aan. Het is een race tegen de klok. De levens van 1,6 miljoen kinderen staan op het spel.
Bijna 3 miljoen mensen, waarvan ruim de helft kind, leven in het gebied waar de aardbeving van 8 oktober catastrofaal heeft huisgehouden. Ongeveer 400.000 mensen leven op de grens van 1500 meter of hoger. Voor hen is de situatie des te nijpender vanwege de kou.
Handen ineen
Als al deze mensen en kinderen niet vóór de winter warme kleren en (tijdelijke) huisvesting krijgen, zal het aantal slachtoffers wellicht in de honderdduizenden lopen. Dat besefte iedereen zich begin november. Met vereende krachten heeft iedereen een uiterste krachtinspanning geleverd. De Pakistani zelf, de overheid, de internationale gemeenschap, hulporganisaties zoals Unicef… Zelfs het leger werd ingeschakeld om een tweede golf van slachtoffers af te wenden. De operatie met de naam Winter Race moet 10 februari zijn afgerond.
Een aantal cijfers: winterkleding is aan bijna 250.000 kinderen uitgedeeld. De komende week krijgen nog eens bijna 450.000 kinderen deze zogenaamde winter kits. Deze kit bestaat onder andere uit een paar snow boots, een sjaal, een dikke jas en sokken. Op dit moment verspreidt Unicef ongeveer 170.000 kits per week. De bedoeling is dat vóór de deadline van 10 februari het hele gebied is voorzien. Tot vandaag zijn er ruim 600.000 dekens uitgedeeld. Nog 360.000 extra exemplaren worden de komende dagen verdeeld onder de bevolking.
Tenten
Veel tenten waren al gedistribueerd en opgezet, als tijdelijk onderkomen voor de slachtoffers. Op dit moment worden deze 'tijdelijke huizen' voorzien van geteerd zeildoek en extra verwarming zodat ze ook 'winter proof' zijn voor de komende tijd. Unicef verzorgt in dit verband informatie over verantwoord gebruik van de verwarming zodat de gezondheid geen gevaar loopt en de mensen weten wat ze moeten doen als er brand uitbreekt. Een detail, maar wel een belangrijk detail.
Voor Unicef staat de bescherming van de 1,6 miljoen kinderen in het gebied voorop. Bescherming tegen de kou en infecties aan de luchtwegen voorkomen, zijn daarbij de belangrijkste doelen. Naast deze 'wintervoorbereiding' heeft Unicef nog twee belangrijke taken: het opzetten van kampen en ze voorzien van basisbehoeften, en het herstellen van publieke diensten zoals watervoorziening en elektra. Het is een race tegen de klok, maar de hoop is gerechtvaardigd dat de race wordt gewonnen.
steun Unicef en word een echte held schrijf je in op www.kidsunited.nl en speel dan gelijk het heldenspel. dus steun Unicef en laat de meisjes in Afganistannaar school gaan,en de rest van de kinderen geen oorlog mee maken maar fijn in een huis wonen.
MET ELKAAR
Wat vijftig jaar geleden met spontane activiteiten begon, is nu een professionele hulporganisatie geworden. De betrokkenheid van Nederlanders bij kinderen in de wereld is groot. Vaders en moeders, jongeren én kinderen zelf, scholen, bedrijven, kinderrechtenorganisaties en ambtenaren, allemaal komen ze in actie voor kinderrechten.
Dit jaar heeft Unicef het 200.000ste lid verwelkomt. Tientallen bedrijven steunen Unicef, bijvoorbeeld door samen met het personeel geld in te zamelen voor een specifiek project. Maar ook beroemdheden als Paul van Vliet, Monique van de Ven, Trijntje Oosterhuis, Sipke Jan Bousema en Rintje Ritsma zetten zich belangeloos in om aandacht te vragen voor het werk van Unicef. Paul van Vliet had dit jaar ook wat te vieren: in april 2005 vierde hij zijn 12,5-jarig jubileum als Unicef Ambassadeur.
UNICEF IN AFGANISTAN
Unicef is al sinds 1949 actief in Afghanistan. In de zeven jaar dat de Taliban aan de macht waren en meisjes niet naar school mochten, steunde Unicef ondergrondse schooltjes, waar meisjes toch stiekem naartoe gingen. Nu werkt Unicef samen met de Afghaanse regering om ervoor te zorgen dat alle kinderen in dit land onderwijs kunnen volgen.
Unicef heeft met de regering een nationaal onderwijsplan gemaakt en de leerplannen voor de formele scholen ontwikkeld. Ook zet Unicef samen met de Afghaanse overheid en lokale organisaties zogenaamde Community Based Schools (gemeenschapsschooltjes) op in 32 provincies.
Via deze schooltjes worden veel meisjes die normaliter geen onderwijs krijgen, bereikt. Er wordt hetzelfde curriculum gevolgd als op formele scholen, zodat leerlingen kunnen doorstromen. Unicef maakt daarover afspraken met de regering.
Ook leidt Unicef lokale mannen en vrouwen op die geschikt zijn om les te geven en zorgt voor lesmaterialen en schoolspullen voor de leerlingen. De schooltjes worden opgezet in onder meer moskeeën of in het huis van het dorpshoofd. Daarnaast krijgen leraren trainingen en wordt er gezorgd voor lesmaterialen en verbetering van de sanitaire voorzieningen.
Voor 10 euro per maand kan Unicef in Afghanistan jaarlijks een hele klas van 20 meisjes naar school helpen
Shamila weeft 6 uur per dag tapijten. Dankzij een project van Unicef gaat ze nu ook 2 uur per dag naar school.
Voorlichtingscampagnes
Niet alle Afghanen zien in dat educatie voor meisjes belangrijk is en dat zij er recht op hebben. Unicef zet daarom ook in op bewustwording via een nationale campagne op de televisie, de radio en via informatie aan journalisten. Maar ook met folders voor verschillende doelgroepen, bijvoorbeeld voor campagnes op scholen of voor openbare bijeenkomsten.
Resultaten
Het streven van Unicef Afghanistan is dat er straks 500.000 Afghaanse meisjes in de schoolbanken zitten. Unicef Nederland neemt er 30.000 voor zijn rekening op 600 gemeenschapsschooltjes in 32 provincies. Op elk van deze scholen zitten 50 leerlingen. Per school is 420 euro nodig. Die aantallen zullen in de loop der tijd groter worden; door de uitzending van radiospots en de verspreiding van voorlichtingsmateriaal zullen ouders zich realiseren dat hun dochter ook naar school moet gaan.
EN DE JONGENS ?
Het project in Afghanistan richt zich in eerste instantie op meisjes. Maar jongens profiteren uiteraard ook mee; als er meer scholen komen, kunnen ook meer jongens naar school. En als de leraren beter worden opgeleid, hebben jongens daar ook profijt van.